PDF Afdrukken E-mail

Let's make things better

auteur: Jan van Gelderen

Al zo'n zestig jaar bezig met microscopen heb ik er heel wat van verschillende merken en typen gezien en daarmee leer je langzamerhand wat de zwakke en sterke punten van instrumenten zijn. Elke microscoop heeft minder sterke punten en dat geldt zelfs voor instrumenten met de waarde van een aardige sportwagen.

 

Ik heb het bijna volmaakte instrument gevonden, de Opton W. De W is gebouwd door een groep van ongeveer zestig mensen die voor de oorlog al bij Zeiss in Jena werkte en op de vlucht sloeg naar het vrije westen. Ze zagen de bui hangen en die bui was hevig. De Zeiss fabrieken in Jena werden gedeeltelijk ontmanteld, de Russische bezetter dwong veel Zeissmensen in Moskou of andere communistische steden te gaan werken om daar een bijdrage te leveren aan de opbouw van een optische industrie.

De zestig kwamen in Oberkochen aan waar de Amerikaanse bezetter de Zeiss-fabrieken weer op poten wilde zetten. Als je denkt dat de groep van zestig welkom was in het Zeiss imperium denk je wat naïef. De Amerikanen vonden de Oost-Duitsers verdacht en ik verdenk de leiding van de fabriek dat ze hun voormalige collega's niet wilden inlijven omdat ze te goed waren. Kurt Mitchel was benoemd tot hoofdontwerper van Zeiss microscopen en die had duidelijk andere en minder briljante ontwerp-ideeën dan de zestig.

De vluchtelingen begonnen toen uit arren moede een eigen fabriek, de Opton Optische Werke Oberkochen. 95% was in handen van Zeiss, maar ze konden hun gang gaan. Terwijl Kort Mitchel zijn L en Standard ontwikkelde bouwden zij hun Opton W. Dat werd een instrument dat zonder enig compromis met gebruikmaking van de beste materialen en met onnavolgbare precies in elkaar werd gezet. Mitchel bouwde met een bijna ziekelijke voorkeur voor ronde vormen de eerste Zeiss microscopen, de Zestig handhaafden het zo bewezen ontwerp van de vooroorlogse L. Beiden stapten over op grof- en fijnfocussering op één as en daarmee hield de overeenkomst op. De W kent bijvoorbeeld helemaal geen condensorhouder met centreerschroeven. De condensor past via een behoorlijk gecompliceerde bajonetsluiting in de tafeldrager. Dat is een dure, maar geniale constructie omdat een en ander zó pas werd gemaakt dat de condensor gecentreerd zit. Met de twee condensoren die ik ter beschikking heb (zestig jaar na dato!) kreeg ik bij alle preparaten een volledig gecentreerd en scherp beeld van het velddiafragma te zien. Dat diafragma moet volgens Köhler in het object zijn te zien en om het verschil in dikte van verschillende objectglazen te compenseren kun je door middel van een hendel de condensor over een traject van 0,8 millimeter in de hoogte verstellen. Als alle objectieven dan ook nog eens een keer gecentreerd zijn, is er al een groot probleem overwonnen en een enorm bedieningsgemak bereikt. Wie kent niet het dikwijls bijna hulpeloze gedraai aan centreerschroeven waardoor of het diafragma geheel uit beeld verdwijnt of precies de andere kant op glijdt dan waar het heen moet.

Mogelijk is dit ook de reden waarom men heeft afgezien van verwisselbare revolverkoppen want dat roept uiteraard ook centreringsproblemen op. De kop is vast en geeft plaats aan vier objectieven.

Als de condensors gecentreerd zijn moet ook de lichtbron helemaal in het centrum staan omdat er anders ook geen Köhleren mogelijk is. Welaan, de gloeidraad van de 6 Volt-lamp is reeds voorgecentreerd op de fabriek. Het hele lamphuis rust op eenglijplaat (bij de eerste W's was die van glas) en het lamphuis laat zich merkwaardig glijplaat (bij de eerste W's was die van glas) en het lamphuis laat zich merkwaardig lichtjes stabiel verplaatsen, glijdt niet door en blijft op zijn plaats.

Het lamphuis is bekleed met een stukje leer, maar dat is alleen uiterlijk; waar het omgaat is dat het licht van de lamp via een aan de oppervlakte verzilverde spiegel naar boven wordt gestuurd. Dat is iets wat ik hoogst zelden in een microscoop ben tegengekomen maar heel belangrijk is om geen spookbeelden op te roepen. Er zijn microscopen waar je op twee projecties van de gloeidraad moet Köhleren. Het lamphuis heeft nog iets heel aardigs, namelijk een matglaasje tussen de collector en de lamp in plaats van vóór de collector. Een matglas kan nuttig zijn om een wat egalere verlichting te krijgen maar in de meeste gevallen verdoezelt het de projectievan de lampgloeidraad en probeer dan nog maar eens volgens de wetten van herr doctor Köhler een goede preparaatverlichting te krijgen.

TAFELS

De vierkante tafel is 260 graden draaibaar om zijn as. Een draaibare tafel is handig bij het fotograferen door het microscoop omdat je je model netjes in beeld kunt zetten en voor polarisatie heb je zelfs een draaibare tafel nodig. Deze is helemaal niet geschikt voor wetenschappelijke polarisatiewerk door het ontbreken van een gradenverdeling maar al doende met dit microscoop begon ik de betekenis te grijpen. Je draait namelijk aan één van de preparaatverplaatsknoppen en duwt de tafel de goede richting uit en je houdt een planktonische zwemmer in beeld. Dit geeft zoveel bedieningsgemak en daarmee microscoopplezier dat ik niet begrijp dat niet eerder iemand op het idee is gekomen. De tafel is voorgecentreerd (de condensors zitten gecentreerd in de subtafel) en hij past met een flinke ring in de subtafel. Je zet de tafel vast door een slagje aan de arreteerknop.

Dat maakt verwisselen ook snel en handig. Opton voorzag ook in een glijtafelbestaande uit de tafel en een onderplaat) en toen ik die van het juiste vet wat betreft plakken en 'remmen' had voorzien bleek het super gemakkelijk om zwemmende beesten in beeld te houden. Een zegen. De glijtafel kende ik al van de bekende excursiemicrosccop van Wild en die werkt uitstekend, maar ik had altijd gedacht dat Wild een handigheidje had verzonnen om een kostbare tafel met kogelbanen en draaischroeven uit te sparen.

Er is meer aan de hand. Op een gegeven moment had ik twee Opton W's op mijn werktafel staan en ik verwisselde de ene tafel voor de andere om tot mijn stomme vreugde te constateren dat het preparaat op de tafel bij het ene microscoop op precies dezelfde x-y-kruising lag als bij het andere instrument. Zou dan?.. Ja, een punt in het preparaat dat bij tafel 1 op kruispunt x lag, lag bij het andere ook op kruising x en het verhaal gaat dat een onderzoeker in Oostenrijk met een Opton W een preparaat naar een collega in Holland stuurde, ook met een Opton W met het verzoek met 100x objectief even naar het eigenaardigheid in het preparaat op zoveel Noorderbreedteen Oosterlengte kijken en raak. Als je een definitie van precies wilt.

TUBES

De tubus kreeg al snel de bijnaam 'de hoge hoed' want zo ziet hij er ook uit en er is geen enkel microscoop met deze binoculaire tubus. Zie de foto. In de grote cirkeldraait een kleine met de rechter oculairpijp. Dat is om de afstand tussen de oogpupillen van de gebruiker in te stellen. Daarmee verander je wel de optische lengte van het systeem, de mechanische apertuur. Hoewel dat niet heel kritisch is, meestal kun je meer dan 16x vergrotende objectieven voor 160 mm en 170 rustig door elkaar gebruiken, maar de Optonisten wilden dit niet. Vandaar de zeer ingewikkelde constructie van verschuivende prisma's en mogelijk nog een tussenlens waarvoor veel ruimte nodig is. Mechanische tubuslengte blijft constant. Daarnaast zijn beide oculairtubussen draaibaar en dat heeft betekenis omdat bij het verstellen van de pupilafstand beide oculairs uit het horizontale vlak plegen te raken. Dit heeft me nog iets geleerd. Mijn beide ogen staan niet helemaal in het horizontalevlak en dat is trouwens bij maar heel weinig mensen het geval. Ik kan dit nu compenseren en het lijkt me dat het microscopiseren daardoor minder vermoeiend wordt.

FOTOTUBES

Het is misschien wat te veel gevraagd deze tubus uit te bouwen met een fotopijpje en een stralendeler en er is dan ook geen trinoculaire tubus voor de W gebouwd. Wel werd een rechte monotubus geleverd en een stralendeler met insteloculair en een zijwaarts gerichte aansluiting voor een camera. Dit is alweer een bewijs voor de eigenwijzigheid van de ontwerpers want verderop in Oberkochen werd zoiets niet gebouwd.

CONDENSORS

Ik kreeg de beschikking over helderveldcondensor 0,90 en een universeelcondensor helderveld 1.30 met drie faseplaten en de mogelijkheid om door verschuiving van het condensordiafragma voor scheve belichting. Dat is een lang vergeten techniek maar heel handig om dingen te zien die je normaal niet kunt zien.

Beide condensors zijn uitgerust met een ringetje om het diafragma te bedienen. Dat ringetje is gepeuter, maar mogelijk vonden de onderzoekers het verwarrend om het diafragma met een hendel te bedienen. Op de 0,90 condensor zit al een hendel om de condensor in de hoogte te verstellen en een om een hulplens in te draaien. De knopjes, twee per plaat, om de faseplaten te centreren zijn ook erg petieterig, maar toen ik de drie platen had gecentreerd, ben ik er niet meer aan geweest. In de eerste exemplaren waren die respectievelijke knopjes van een verschillend uiterlijk, bij mijn kennelijk late exemplaar zijn ze allemaal eender

Er bestaat ook nog een donkerveldcondensor waar ik niets over kan zeggen omdat ik hem nooit heb gezien.

VERGROTINGSWISSELAAR

Het voordeel van een vergrotingswisselaar mag duidelijk zijn: geen verwisselen van oculairs, maar met een draai aan het wiel meer of minder vergroten. De W is uitgerust met K oculairs 5x. De wisselaar is ook voorzien van een Bertrandlens om de fase-objectieven te centreren.

OPTIEKEN

Bij een uitstekend statief horen de beste optieken. Ze zijn er. Er is een droogobjectief 63x/0.90 en een hoog vergrotend objectief met correctievatting, maar ik moet het doen met de vijf die ik heb. Een plan 2,5x en idem 40x die zo plan zijn dat ze zelfs met groothoekoculairs nog een vlak beeldveld opleveren, daarnaast een 10x en een fase 40x en 100x. Het gaat allemaal om doodordinaire achromaten maar ze zijn niet zo ordinair omdat ze schitterende beelden opleveren in termen van kleuroverdracht, vrijheid van artefacten en beeldscherpte. Bijzondere vermelding verdienen de fase-objectieven. De beelden die zij leveren verbazen mij ten zeerste omdat ze zo helder en contrastrijk zijn en veel en veel minder halo's vertonen dan vergelijkbare objectieven van Leitz en Olympus uit dezelfde periode. Bekend is dat als je de beelden in monochroom licht bekijkt ze wel is waar in grijstinten tot je komen maar dan meer informatie verschaffen. Bewijs voor de enorme zorgvuldigheid waarmee dit microscoopsysteem is samengesteld is een monochrome-filter voor fase die het beste uit de objectieven haalt.

Van Opton naar Zeiss

Na een kort bestaan ging in 1948 Opton geheel over naar Zeiss en dat betekende het einde voor Stativ W. Het zou ook een beetje gek zijn dat een en dezelfde fabriek claimde de twee beste microscopen ter wereld te vervaardigen en dat was natuurlijk de W die de eerste Zeiss Standard op veel gebieden achter zich laat. De W was trouwens veel duurder en er zijn er dan, volgens zeggen, maar drieduizend of zo van gemaakt en in Nederland zouden er niet meer dan vijf zijn verkocht.

Jan van Gelderen

Website: greenmicroscope.wordpress.com

opton

Laatst geupdate op vrijdag 01 april 2011 12:19